Zhou Dynastie
De Zhou dynastie wordt verdeeld in 2 periodes :
Oost Zhou wordt op zijn beurt onderverdeeld in Lente & Herfst periode en de Warring States. De Zhou dynastie is de dynastie die het langst in stand bleef : van 1027 tot 221 voor Christus.
De laatste Shang heerser ( koning Zhou ) werd verdreven door een stam " Zhou " genaamd ( met als koning Wu ) die gevestigd was in de Shaanxi provincie aan de grens van het Shang rijk. Oorspronkelijk was de Zhou een nomadenvolk dat geleerd had zich aan te passen aan andere culturen. Nadien vestigden ze zich in de Wei vallei, Shaanxi provincie, aan de grens van het Shang rijk. Ze werden een vazalstaat van de Shang. De macht van de laatste Shang koning was erg verzwakt wegens een aanhoudende strijd tegen indringers uit het noorden. De Zhou daarentegen hadden hun positie versterkt en gooiden het op een akkoord met andere misnoegde vazalstaten. Ze versloegen de Shang en vestigden hun hoofdstad Xi'an.
De Zhou koningen kwamen met het idee dat ze hun mandaat tot heersen kregen van de goden, wat betekende dat de koning in feite de afgevaardigde was van de goden op aarde en bijgevolg met goddelijke macht regeerde. De teloorgang van een dynastie moest dan ook bekeken worden in die zin dat de goden zich afkeerden van een bepaalde koning en de macht te grijpen gaven aan wie hem in de strijd kon verslaan. De Zhou hadden hun les geleerd bij de teloorgang van de Shang Dynastie en verdeelden hun rijk in in nog meer vazalstaten. Aan het hoofd van deze staten werden meestal familieleden van de koning geplaatst en de staten werden onderworpen aan strikte regels. Zo was het verboden onderling de strijd aan te gaan om andere staten te annexeren. Het ganse rijk en de bevolking bleven eigendom van de koning. De afzonderlijke vazalstaten moesten manschappen leveren voor het leger van de koning ( dit had tot gevolg dat het leger van de Zhou koning een nooit geziene proportie kreeg ) en dienden tevens een belasting te betalen. Elke heerser van een vazalstaat kon zijn macht overdragen aan zijn zoon. Aldus verkregen de Zhou koningen een vaste greep op gans hun rijk.
Economisch ging het de Zhou eveneens voor de wind. Het systeem van slavernij werd op grote schaal ingevoerd wat de productie ten goede kwam en meer welvaart creëerde. Ook de brons industrie werd van groot belang. Buiten allerhande rituele voorwerpen werden voor het eerst ook bronzen voorwerpen vervaardigd voor de landbouw ( vb gereedschap en ploegen ) en allerlei voorwerpen voor dagelijks gebruik. De steden werden groter en de handel bloeide.
Gedurende meer dan twee eeuwen hielden de Zhou koningen aldus hun vazalstaten onder controle. Een aantal staten echter hielden zich niet meer aan de regels en verkochten hun grondgebied aan grotere buurstaten. Bepaalde feodale heren verkregen aldus grote macht en rijkdom wat de macht van de Zhou koningen aanzienlijk afzwakte. Talrijke veldtochten werden ondernomen om het rijk in stand te houden. Koning You werd door rebellerende vazalstaren verslagen en gedood in 771 voor Christus. Zijn opvolger Ping verhuisde de hoofdstad een jaar later in 770 naar Luoyang ( oostwaards ) wat de start betekende van de Oost-Zhou dynastie.
Wegen deze nederlaag werd de Zhou niet langer als oppermachtig aanzien. Er volgde een langdurige periode van strijd tussen de vazalstaten om meer macht te veroveren. Men noemt deze periode Lente en Herfst ( Spring and Autumn, 770 tot 476 voor Christus ). Herfst wegens de talrijke oorlogen, lente wegens de komst van de grote filosofen. Het was de tijd van Confucius ( 551-479 voor Chr. ). De belangrijkste filosofieën die toen het levenslicht zagen waren het Confucianisme, het Daoisme en Legalisme.
Na verschillende eeuwen van strijd bleven er zeven belangrijke vazalstaten over : Qi, Qin, Wei, Han, Zhao, Chu en Yan. De laaste periode van de Zhou dynastie brak aan : de Warring States. Wegens de groeiende rivaliteit onder de staten werd het strijdtoneel ook steeds bloediger. Legers werden steeds omvangrijker en bronzen wapens werden vervangen door ijzeren tuigen die veel scherper en dodelijker waren. Voor het eerst verscheen ook de cavalerie op het slagveld ( alsook de eerste terracotta-ruiters. Indien u een paard of ruiter van de Noord Zhou dynastie kunt op de kop tikken, laat die kans dan niet liggen.)
Gedurende de Warring States ging de strijd om de overmacht onverbiddelijk verder. De kleine staatjes waren verdwenen, de groten vochten om de macht. De vazalstaat Qin lag in het uiterste westen van het rijk van Zhou. Tijdens de Lente en Herfst periode annexeerde Qin twaalf andere vazalstaten en breidde zijn gebied uit ook ver buiten de grenzen van het Zhou-rijk. Ook andere staten volgden dit voorbeeld, zodanig dat het toenmalige Chinese rijk grote uitbreiding nam. Toen uiteindelijk de nieuwe grenzen van het toenmalige Chinese rijk vastlagen begon men her en der in het noorden op strategische plaatsen enorme muren te bouwen om indringers op afstand te houden. De eerste bouwwerken van de Chinese muur kwamen tot stand.
De periode Warring States ( 475-221 voor Christus ) duidt in feite enkel op de periode dat Qin via talrijke veldslagen en intriges de overige staten een voor een onderwierp ( men spreek van legers van honderdduizenden manschappen die toen in de strijd traden en meedogenloos werden afgeslacht ) tot uiteindelijk in 221 voor Christus het ganse Chinese rijk werd veroverd door koning Qin Zheng. Hij riep zich uit tot eerste keizer van China en nam de naam van Qin Shihuangdi. |